Zó schoon is Bintje!

De milieuaspecten
Het Bintje Gifpieperverhaal is achterhaald. Verfijnde gewasbeschermingsmethodes zorgen ervoor dat de teelt van Bintje relatief schoon kan plaatsvinden. Sommige andere rassen die als milieuvriendelijk te boek staan, vergen meer middel dan Bintje.

Dit is geen wens, dit is geen mening, dit is een bewezen feit. Op deze pagina vindt u het milieuverhaal van Koningsaardappel Bintje. Bintje.info wil tegenwicht bieden aan verkeerde interpretaties, foute aannames en machtsspelletjes. Het gaat om zuivere informatie.

Lees en oordeel. Maar proef eerst de sfeer. 

Bintje

Neem kennis van enkele krantenkoppen uit het archief van Bintje.info. Deze vertellen een deel van het verhaal. Ze zeggen iets over de discussie die gaande is.

Vervangers Bintje niet beter voor milieu
(Agrarisch Dagblad, 25-7-2000)

‘Strijd supermarkten tegen Bintje is hetze’
(Agrarisch Dagblad, december 2000)

Liefde
(Boerderij/ Akkerbouw, 26 september 2000)  

Negatief imago Bintje berust op zeer dubieuze cijfers
(Veldpost, 5-10-2002)  

‘AH misleidt consument met verkoopstop Bintje’
(Oogst, 14–7–2000)

Einde van Bintje; einde van vrijheid
(Het Landbouwblad, 31-8-2002)

Dit is consumentennaaierij
(Top-kok Pierre Wind in Nieuwe Revu over het ‘Bintjebeleid’ van Albert Heijn)

Wanneer het gaat om de milieuaspecten bij de aardappelteelt dan speelt de aardappelziekte phytophthora een doorslaggevende rol. Daarom zijn er hoogresistente rassen gekweekt die deze ziekte zouden moeten weerstaan. 

Op papier vergen deze rassen minder bestrijdingsmiddel. In de praktijk niet. De schimmel  ontwikkelde namelijk nieuwe stammen die deze rassen aantasten.  Deze moeten nu net zo vaak als Bintje bespoten worden. Velen staan hier niet bij stil.

Dankzij verfijnde methodes van gewasbescherming vergt de teelt van alle aardappelrassen nu veel minder middel dan 7 jaar geleden. Omdat Bintje een snelle groeier is en daardoor korter in de grond zit dan veel andere rassen, is er voor de teelt vaak minder middel nodig.

Wie deze gegevens in ogenschouw neemt, begint te begrijpen waar de schoen wringt. Er is namelijk een verschil tussen theorie en praktijk. Rassen die op papier over een hoge resistentie beschikken, vergen in de praktijk veel middel.

Toch mag je veronderstellen dat die hoge resistentie ergens goed voor is. Maar dat is niet zo.  Deze hoge resistentiecijfers kunnen alleen een rol spelen bij het weerstaan van zware aantastingen. Zo ver willen de telers het natuurlijk niet laten komen.

Telers willen phytophthora in de kiem smoren, anders schaadt een aantasting de opbrengst. Doordat de ziekte zich in de loop der jaren heeft aangepast aan de resistente rassen, hebben lichte en middelzware aantastingen min of meer vrij spel. Daarom moet er gespoten worden. 

Dit houdt in dat niet de resistentiecijfers, maar de ziektedruk bepalend is voor het aantal keren dat gespoten moet worden. De praktijk vertelt het ware verhaal, niet de resistentiecijfers. Dankzij nieuwe methodes vergt de teelt van alle rassen nu véél minder middel dan vroeger.

Bintje is geen gifpieper. Zelfs in het phytophthorajaar 2000 zat Bintje qua milieubelasting in de middengroep. Tal van rassen presteerden slechter, zo blijkt uit de gegevens van 78 studiegroepen met in totaal 1250 telers. In andere jaren kwam Bintje nog beter voor de dag.